Ruiken

Kampioen slecht ruiken

Onder de zoogdieren is de mens kampioen slecht ruiken. Net als honden, apen of muizen hebben we ongeveer duizend genen die te maken hebben met onze reuk. Genen zijn cellen met erfelijke informatie. Van die duizend cellen gebruiken we maar iets meer dan de helft. Apen en muizen gebruiken 70 tot 85 procent. En honden snuffelen de hele dag door. Zo verkennen ze hun omgeving. Vroeger konden wij mensen veel beter ruiken dan nu. Maar tegenwoordig is het niet echt meer nodig dat we roofdieren van grote afstand kunnen ruiken. Kijken is voor mensen belangrijker. Wij kunnen bijvoorbeeld veel beter kleuren zien dan dieren. En we kunnen praten. We hoeven dus niet zo nodig te snuffelen om aan eten te komen of vijanden te ontlopen. Maar wees gerust. We hebben nog altijd genoeg reukcellen om lekkere en vieze geuren meteen te herkennen. Daardoor kun je zelfs herinneringen van jaren geleden weer haarscherp voor ogen krijgen.