Bekken

Swingen doe je met je bekken

Het bekken is een ring van bot dat uit vier delen bestaat. Het biedt steun aan de wervelkolom en is de kapstok voor de benen. Ook beschermt het bekken een deel van je darmen.  Als je je benen of je romp beweegt, dan gaat je bekken vanzelf mee. Het bekken bestaat uit vier botten. Vanaf de wervelkolom heb je eerst het heiligbeen en daaronder het staartbeen of stuitje. Links en rechts daarvan zitten de heupbeenderen. Die bestaan uit het darmbeen, zitbeen en schaambeen. In de puberteit groeien die aan elkaar tot het heupbeen met de heupkom. Draaien met je heupen is dus eigenlijk draaien met je bekken. In het Latijn en het Engels noemen ze het bekken ‘pelvis’. Elvis Presley werd in de vorige eeuw beroemd met zijn muziek én met zijn heupbewegingen. Vandaar zijn bijnaam: Elvis the Pelvis. Het bekken beschermt de blaas, urinebuis, baarmoeder, vagina en een deel van de darmen. Vrouwen hebben een bredere bekkenring dan mannen. Dat is wel zo handig bij de geboorte van een baby.