Zenuwstelsel: huis van Jimmy Neuron

De hersenen, het ruggenmerg en overige zenuwen vormen het zenuwstelsel. De hersenen en het ruggenmerg samen noemen we het centrale zenuwstelsel. Vanuit dit centraal zenuwstelsel lopen zenuwcellen naar alle delen van het lichaam, tot in het kleinste hoekje. Dit heet het perifere zenuwstelsel. En die zenuwcellen noemen ze ook wel neuronen. Een zenuw heeft een cellichaam en een aantal uitlopers. Je hebt lange, onvertakte uitlopers, die meestal vanuit de zenuw signalen doorsturen (axonen). De uitlopers die naar je tenen gaan, kunnen zelfs meer dan een meter lang zijn. En je hebt dunne en sterk vertakte uitlopers, die juist signalen aan de zenuwen doorgeven (dendrieten). Die zijn nog geen honderdste millimeter dik. Een deel van het zenuwstelsel werkt volautomatisch. Daardoor blijft je hart kloppen en blijven je longen ademhalen. Dat doet het autonome zenuwstelsel. Andere zenuwen gaan alleen aan de slag als jij het wilt: je begint te praten, je loopt de trap op. Of je maakt een dubbele achterwaartse salto, om maar iets te noemen.