Beestachtige geluiden

Met onze oren kunnen we onder water bijna geen trillingen opvangen. Maar walvissen, dolfijnen en bruinvissen zijn onder water juist aangewezen op hun gehoor. Ze praten met elkaar via lage tonen. Dat geluid kan onder water heel grote afstanden afleggen. Hoge tonen gebruiken deze dieren om te bepalen waar ze zijn. En om prooien op te sporen. De pistoolgarnaal gebruikt zelfs heel harde knallen om zijn prooi te verdoven. Vleermuizen zijn stekeblind, maar hebben een geweldig gehoor. Ze maken een heel hoog piepgeluid, onhoorbaar voor mensen. Doordat het geluid terugkaatst, weten ze waar een prooi zit of waar obstakels staan. Honden kunnen ook heel hoge geluiden horen. Vandaar het bekende hondenfluitje. De oren van vogels zie je bijna niet, maar een merel kan zelfs een worm op de grond horen kruipen. Slangen horen helemaal niets. Maar ze voelen wel trillingen via de grond. Net als de slak. Nee, dan liever ons eigen slakkenhuis.