Spiegelbeeld

Je hersenen bestaan uit twee helften, de hemisferen. Die twee helften zijn elkaars spiegelbeeld. Ze zitten aan elkaar vast door een soort netwerk van ‘zenuwkabels’. Ook in de twee hersenhelften zelf zitten kabel. Maar de kabels tussen je hersenhelften zijn sterker. Daardoor kan het dat de linkerhersenhelft ervoor zorgt dat jij je rechterhand gebruikt. En andersom. Bij veel mensen is de linkerhersenhelft het meest ontwikkeld. Ze hebben daardoor de rechterkant van hun lichaam beter onder controle dan de linker.
In de linkerkant van je hersenen zit het spraakcentrum. Raakt dat deel aan die kant van je hersenen beschadigd, dan heb je moeite met praten. Dat noemen ze afasie. Dit kan gebeuren door een hersenbloeding, maar ook door een zwaar ongeluk.