Hersenen: klein, groot en op stam

Bal je handen maar eens tot vuisten en leg ze tegen elkaar: zo groot ongeveer zijn je hersenen ook. Maar dan zijn ze grijs en week. De hersenen bestaan uit de grote hersenen, kleine hersenen, tussenhersenen en de hersenstam. Hoe je beweegt en hoe je staat, dat bepalen je kleine hersenen. Die zitten helemaal onderaan achter in je schedel. Ben je een evenwichtskunstenaar? Dan zijn je kleine hersenen in topconditie. Maar zijn ze beschadigd, dan lijkt het net of je heel erg dronken bent. De  grote hersenen bestaan eigenlijk uit vier kwabben per hersenhelft: de voorhoofdskwab, wandbeenkwab, slaapbeenkwab en achterhoofdskwab. Tussen deze hersenen en de ruggenmerg ligt de hersenstam. Die zorgt ervoor dat bijvoorbeeld je hart gewoon blijft kloppen en dat je blijft ademen, zonder dat je daar steeds aan hoeft te denken. De hersenstam zorgt er ook voor dat je, als het nodig is, kan overgeven en slikken. De hersenstam bestaat uit de middenhersenen, de pons en het verlengde merg. In de tussenhersenen zitten belangrijke klieren.